dinsdag 6 februari 2018

Vrijheid als leerproces & onze stadsduif


De natuur kent voor levende wezens tal van grenzen, waar ze maar niet zomaar overheen kunnen gaan. Toch worden in de evolutie vaak aangeleerde (nieuwe) vaardigheden stukje bij beetje bewaard door ze over te dragen aan nakomelingen. Dan is er in zekere zin sprake van aangeleerde kennis die als mechanisme voortleeft, een resultaat van de evolutie.
    In de filosofie is het een oude kwestie of kennis aangeboren kan zijn of alleen maar het resultaat is van een leerproces. Zo zijn er ook in de pedagogiek, psychologie, biologie en ethologie (gedragswetenschap van dieren) er de nodige zakelijke én verhitte discussies over gevoerd. Er bestaat misschien geen aangeboren feitenkennis, maar een aangeboren herkenningspatroon of neiging tot bepaald gedrag dat het voortbestaan bestendigt, kan er wel zijn. En als dat er is, kan er ook weer beter mee geoefend worden. Is dat ook niet een ‘soort van’ kennis? En is dat niet ontstaan uit eerder vertoond gedrag van de voorouders?

In de biologie c.q. ethologie zijn veel experimenten gedaan over bestaande gedragspatronen, en in wat voor omgevingen en uiteenlopende situaties die kunnen optreden. Wat zit in de aard van het beestje en wat leert hij door het vaker te doen, dus door oefening? En als die oefening lukt, ontstaat er dan niet een groter speelveld van de vrijheid, een groter palet van handelingsmogelijkheden? De natuur stelt grenzen, maar soms verschuiven die in de interactie van omgeving en het gedrag van het dier. Het lijken wel mensen.

Dit verzin ik allemaal – natuurlijk met wat eerder gelezen literatuur in mijn achterhoofd – wanneer ik een paar stadsduiven in de achtertuin bezig zie. Het zijn er vier, maar eentje valt het meeste op.
    Die duiven zitten er normaal gesproken niet vaak. Maar wanneer eind januari het wat kouder dreigt te worden, hang ik van die kleine voedselcontainers in de tuin, met noten en zaden. Bedoeld voor de schattige zangvogels natuurlijk, maar binnen de kortste tijd bivakkeren er 2 à 4 assertieve stadsduiven in onze tuin. Ze zitten graag op een van de vogelhuisjes, houden alles in de gaten en elk vallend zaadje wordt snel opgepikt.

Eerst bleef het daarbij. Wachten, kijken en soms een zaadje pikken. Jammer voor de vinken, want op de grond ligt er zo wel wat minder. En als dan een koolmees bij zo’n container komt en wat zaadjes pikt, valt er wat op de grond. Dan komen onmiddellijk de duiven in actie. Ze anticiperen erop in hun afwachten. Hun niets-doen geeft de duiven vrijheid, want juist het geduld wordt beloond.

Maar één duif laat het er niet bij zitten. Althans na een paar dagen niet meer. Hij vertoont leergedrag in stapjes. Eerst eet hij met de andere vogels de bodem half kaal, dan wacht hij op de vallende zaadjes met behulp van vriend koolmees die de container doet slingeren, maar op een zeker moment zet hij een volgende stap.
      Kennelijk ziet hij dat er niet alleen zaadjes vallen door een mispikken van de koolmees, neen, de slingerbeweging van de containers veroorzaakt ook vallen van zaadjes. De duif houdt zijn kop scheef en lijkt er over na te denken. Op een zeker moment vliegt hij vrij hard naar de container, botst er lomp tegenaan en inderdaad, er vallen heel wat zaadjes.
    En dit één keer? Neen, hij gaat het vaker doen en nog wat doeltreffender.

Het duivenleerproces staat daarmee echter nog niet stil. Terwijl er normaal alleen mezen en een roodborst op de fijnmazige container zitten, bedenkt de duif dat hij het misschien ook kan. Een kraai probeerde dat ook eens, was hij daarbij?
      En jawel, met veel gefladder zien we opeens de grote duif op de kleine container. Druk fladderend, geen gezicht, maar er vallen intussen veel zaadjes op de grond. Daarna lijkt de duif zo trots als een pauw rond te lopen, maar dat zal wel verbeelding zijn.

Per saldo heeft minstens één duif in ca. 10 dagen zijn gedrag aardig aangepast aan de tuin en aan wat daar verder plaatsvindt. Is dat geen spoedcursus? In ieder geval laat het beest weer eens zien dat meer vaardigheden die bij zijn omgeving passen voor hem een beetje meer vrijheid betekenen.
      Hij kan iets wat hij eerst niet kon, misschien nog een beetje krakkemikkig, maar hij smult er wel van. Of hij slimme nakomelingen krijgt vertelt dit verhaal uiteraard niet.
      De natuur kent tal van grenzen. Vrijheid betekent hier iets meer dan netjes binnen die grenzen rondscharrelen, het is ook deze proberen aan te tasten. Grenzen verleggen.
      Is het hebzucht, is het een vrijheid uit noodzaak? De duiven in onze buurt hebben in feite helemaal geen honger. Ze hoeven niets anders te doen dan pikken, eten is er genoeg.








afwachten


veel gefladder


evaluatie




P.S. Een dag later: de duif heeft nog een methode gevonden. Op een dun takje gaan zitten boven de zaadcontainer, dan buigt het takje en komt zaad binnen snavelbereik. Of die dit ook vaker zal gaan doen? De tijd zal het leren.














zondag 4 februari 2018

Nederland, Palestijnen en Koerden, wegkijken op topniveau


Deze blogs zijn niet bedoeld om mijn ergernis weg te schrijven. Meestal laat ik thema’s een poosje liggen en wil iets aan de orde stellen dat óf gewoon leuk is, óf voor langere tijd van belang is. Maar ergernis en een structureel probleem vallen soms drastisch samen, en gewoon leuk is dat dus helemaal niet.

Destijds toen ‘ze’ in Syrië naar de wapens grepen, van verschillende kanten, heerste er in een flink deel van de Nederlandse politiek en media een soort opgewekt wegkijken. Het is ver weg en Bashar al-Assad moet toch weg, om wat voor redenen dan ook, mensenrechten of een simpel vermeend eigenbelang, en waar gehakt wordt vallen nu eenmaal spaanders. Het risico van een immense oorlog werd weggewuifd, de relatie met Irak nauwelijks genoemd en de extremistische islam was een nog wat onbekende vage bondgenoot. Een eigen alternatief had men hier toch ook niet?
      Die wereld daar zo ver weg. Toen het al veel te laat was werd het eigenlijk nog niet begrepen, wel dat we hier ook last kregen van de extreme vormen van de islam. Enzovoort, enzovoort. En o ja, gelukkig bleken er nog bruikbare hulptroepen aanwezig, de Koerden die ook vochten voor hun land en dorpen, hun waarden en hun belang.
      Met betrekking tot Syrië werd zo lang mogelijk weggekeken, tot ‘we’ hier er ook last van kregen. Ergerniswekkend, van begin af aan. Een goed standpunt, zoals een consequente lijn gericht op vrede, was nauwelijks mogelijk in de oorlogszuchtige wirwar. Er werd vooral ook niet naarstig naar gezocht. ‘Gods water over gods akker …’, weet je wel? Een vredespolitiek werd mede door deze valse start, de weigering tijdig wat te doen, onmogelijk gemaakt.

De weigering tijdig wat te doen. Mijn nieuwe ergernis zal duidelijk zijn. NAVO-partner Turkije heeft de Koerden de oorlog verklaard, en de andere NAVO-partners, zo ook Nederland, laten het volledig afweten. Dat de Koerden, een volk van zo’n vijfendertig miljoen eens haar rechten, vrijheid en politieke autonomie zal opeisen is volkomen vanzelfsprekend. Geen volk, zeker niet van deze omvang, laat zich eeuwig onderdrukken. En ook de onderdrukker is daarmee nog onvrij. Dat leerde Marx al, en het oppakken in Turkije van artsen die tegen deze oorlog protesteren bewijst dat nog een keer.
      De oorlogszuchtige en vooral domme politiek van Erdogan is een gemiste kans een ingewikkeld vraagstuk nu echt aan te pakken en op te lossen. De Westerse en Russische politiek verhullen dit, ja inderdaad verhuld achter de nieuwe kruitdampen. De NAVO wil dat Erdogan ‘een beetje oorlog’ voert. Dat waanidee lijkt dus enorm op wat in de eerste dagen van de prille oorlog in de Syrische steden ook speelde. Slachtoffers zijn er nu al te veel aan de kant van vluchtelingen, Koerden en Turken, en er dreigen nog vele bij te komen. Dat kan iedereen nu weten, dus maakt wegkijken medeplichtig.

Kijkt de Nederlandse regering vandaag de dag slechts één keer helemaal de verkeerde kant op? In Israël zit de 17-jarige Ahed al-Tamimi al wekenlang gevangen. Zij zou twee militairen geslagen en geschopt hebben. Dat mag niet en wat nu …?
      De Israëlische regering wringt zich in allerlei bochten om deze detentie te rechtvaardigen, tot in het absurde. Zo kwam men zelfs op het idee te beweren dat de familie Al-Tamimi ingehuurde acteurs zouden zijn die Israël in een kwaad daglicht moeten stellen.
    Er speelt hier echter veel meer. Sinds 2000 heeft de Israël 10.000 Palestijnen in de leeftijd van 12 tot 17 jaar opgepakt en voor militaire rechtbanken gebracht (1). Momenteel zitten er honderden kinderen in Israëlische gevangenissen.
      Tal van mensen, overal in de wereld, protesteren hiertegen. Maar kan Nederland zich bij deze kwestie ook niet duidelijker en stelliger laten horen? De Israëlische politiek is op korte termijn dramatisch voor de Palestijnen, in een langer perspectief voor de hele regio, inclusief voor de joodse en andere inwoners van Israël/Palestina. De Nederlandse regering stelt zich veel te kritiekloos op ten opzichte van Israël. Het is maar de vraag wie ze daarmee voor de lange duur een dienst bewijst.

Wegkijken van wat men wel weet maakt medeplichtig. Natuurlijk kan Nederland niet alles bereiken, maar ingebed in het dorp dat wereld heet, en waar ook nog zogeheten bondgenoten bestaan, kan altijd een actieve rol worden gespeeld. En dat doet Nederland als het om eigenbelang gaat ook volop, zelfs met behulp van de luchtmacht, maar welbeschouwd toch veel te selectief. Zoals wegkijken altijd is.
Vrij dom, op topniveau.




(1) Bronnen: m.b.t. Turkije en de Koerden: diverse kranten.
Met betrekking tot Israël/Palestina vooral: The Rights Forum, website https://rightsforum.org/














woensdag 24 januari 2018

Dialectiek, een oud verhaal – Heraclitus en Parmenides


 
Heraclitus



Net als in de oosterse filosofie zijn in de oudere overgeleverde fragmenten en teksten van het westers denken vormen van dialectiek te vinden. Denken dat zich richt op het totaal of de samenhang der dingen en dat nadenkt over beweging, ontwikkeling en kenmerkende aspecten van de totaliteit. Het gaat om kernvragen waarin de mens zijn plaats in zijn omgeving probeert vast te stellen. En dat gebeurt met vallen en opstaan.

Hier kun je over lezen bij Heraclitus, de oude Griek van ca. 500 voor onze jaartelling, van wie eigenlijk maar weinig bekend is. Uit wat van hem is overgeleverd weten we dat hij zei: ‘Het zijn dezelfde rivieren waar wij in stappen en het zijn niet dezelfde; wij zijn het en wij zijn het niet.’ (1) Een stromende rivier verandert op het moment van het baden, en is dus al niet meer dezelfde. En de mens die in die rivier stapt ontwikkelt zich in die situatie, ook al is dit misschien maar weinig. Strikt genomen is hij niet meer dezelfde. Dat geldt niet alleen voor de mens, alles wat bestaat, bestaat ‘slechts’ in een staat van verandering, beweging, ontwikkeling.

Heraclitus meende ook ‘dat oorlog een verband schept, dat het rechtsbestel op twist berust en dat alles het aanzijn krijgt op basis van twist en nood.’ (2) Wat hij precies met zulke uitspraken bedoelde is niet helemaal zeker. Maar als we ook nu nog over zulke uitspraken nadenken, bespeuren we de dialectiek. De tegenstelling schept niet alleen afstand, maar (vooral) ook een verband. Immers, oorlogen en ruzies bewerkstelligen onvermijdelijk veranderingen en nieuwe verschijningsvormen bij alle deelnemende partijen.
    Let wel, het gaat dan om verandering en resultaten die verband blijven houden met de oorzaken in dat veranderingsproces. Veel eigenschappen van vroegere situaties blijven op de een of andere manier bewaard in de nieuwe situatie.

Heraclitus wordt wel de duistere filosoof genoemd. Deze duisterheid roept vragen op die mooi kunnen helpen ons denken nu een zetje te geven. Hier is kort aan slechts twee uitspraken van hem gerefereerd. In zijn ideeën blijkt echter een hele kosmologie of metafysica mee te spelen. En bovenal de dialectiek: in de verandering bestaat eenheid van alles. In de wisselwerking ontstaat ‘het aanzijn’ van de dingen, zoals de vorm en verdere effecten.

Je kunt hier ook over lezen bij Parmenides, tijdgenoot en vaak een tegenstrever van Heraclitus genoemd. Van hem is net zo min een afgeronde visie overgeleverd als van Heraclitus. Het blijft dus eerder een denken mét Parmenides. Ook hij inspireert tot vragen en denken. Hij legt de nadruk op het totaal der dingen dat het totaal blijft, in die zin onveranderlijk is. Parmenides: ‘Zo moet het er helemaal zijn, of er niet zijn.’ (3)
    Uit iets wat niet bestaat kan geen bestaan voortkomen. De totaliteit is ondeelbaar; er is één samenhangende werkelijkheid. Waarnemen en denken hangen samen met de werkelijkheid, want maken er deel van uit.

Parmenides en Heraclitus zijn niet zomaar tegenpolen. De eenheid, de samenhang van het bestaande is bij beiden aan de orde. Heraclitus schrijft namelijk ook dat het wijs is de gedachte te hebben ‘dat alles één is’. (4) Beide denkers verwoorden een inzicht in de totaliteit, of een intuïtie van de samenhang van alles. En is de beweging, de verandering of zelfs de ontwikkeling van alles een werkelijke verandering? De kosmos is zo’n omvattend geheel en de mens vult ervan zo’n klein plekje, dat inzicht in de totaliteit toch maar beperkt is. Laten we bescheiden zijn over onze kennis. Verandering is wel een heel groot woord. Concrete verandering van mensen, natuur of dingen vindt plaats binnen de ondeelbare werkelijkheid, de samenhang die onophefbaar is.

Het bestaande vormt een eenheid, die gesignaleerde veranderingen en verscheidenheid daarbinnen ernstig relativeert. In ieder geval de kennis over de algehele samenhang en werking der dingen. Het accent van Heraclitus en Parmenides lijkt een tegenovergestelde. Verandering versus onveranderlijkheid. Beiden echter zien de kleinere verandering als deel van dat grotere geheel.
    En dat dit geheel door de kleine verandering verder in beweging wordt gehouden, wat zegt dat? Wat stelt dat voor? Bestaat iets alleen omdat het kan veranderen en dat daadwerkelijk doet? Kan onze logica wel vatten wat de verandering van het kleine betekent voor het grotere geheel? Kunnen van het permanente veranderingsproces de structuren, de patronen worden begrepen? Ontglippen ze ons niet net steeds weer als we de wetmatigheden trachten vast te stellen? En blijven die wetmatigheden vaak niet zo algemeen geformuleerd dat ze nog maar weinig zeggen?

De (vele) vragen naar totaliteit en verandering, alsmede naar ons beperkte inzicht hierin, zijn hiermee gesteld. Bij Plato, Aristoteles en andere denkers zullen die terugkomen. Later bij Spinoza, Hegel, Marx en Engels, en ook bij Darwin. Niet als zuivere herhaling, maar ook om steeds weer nieuwe invalshoeken te vinden om de dikwijls haast ongrijpbare werkelijkheid handen, voeten én gedachten en gevoel te geven. Dus ook om ons gedrag beter te kunnen bepalen.
    Dit gaat de mens vaak niet makkelijk af. Heraclitus: ‘Het is nodig dat mensen die naar wijsheid streven, zeer veel zaken onderzoeken.’ (5)




Bronnen:
(1) Heraclitus, Spreuken, vertaald, ingeleid en toegelicht door C. Verhoeven, Ambo, Baarn 1993, fragment 49a, p. 21.
(2) Zie Heraclitus, Spreuken, fragment 80, p. 26.
(3) Regel (B8.11) uit Parmenides’ Het gedicht ‘Over de natuur’, in Oog voor het ene, Over Parmenides van Elea, vertaling, commentaar en interpretatie door B. Schomakers, Damon, Budel 2003, p. 47.
(4) Heraclitus, Spreuken. Dit is een deel van fragment 50, p. 21.
(5) Heraclitus, Spreuken, fragment 33, p. 19.


Deze blog is grotendeels ontleend aan Jasper Schaaf, Dialectiek en praktijk, De creatieve tegenspraak, uitgeverij Damon Budel 2005, pp. 18-19. ISBN 9055736465.
Dit boek is een inleiding in dialectische filosofie. Nog te koop bij de uitgever.






Parmenides












donderdag 18 januari 2018

Murray Bookchin en het einde van wat politieke labels


In de dagelijkse omgang en in de politiek kun je niet helemaal zonder een zekere etikettering. Maar je kunt ook teveel labels hebben, plak het er maar op!
      Het zogeheten politieke debat in Nederland, zeker na het versterkte aanzwengelen ervan door allerlei rechts-nationalistische types, de media en de zogenaamde sociale media barst van de termen die stellig klinken, maar waar mensen vrijelijk ‘van alles en nog wat’ onder verstaan.

Gelukkig proberen sommige activisten en filosofen bepaalde termen die versleten klinken op te heffen, wat helaas nog niet gaat zonder er wat nieuwe tegenover te stellen. Er moet immers gecommuniceerd worden; gesproken en begrepen. Maar de nieuwe begrippen kunnen wel nauwkeuriger zijn dan de oude, of gewoon meer uitdagend. In dat laatste geval provoceren zij het denken over nieuwe waarheden, échte, die evenwel nog niet volledig zijn uitgekristalliseerd.

Daar moet ik aan denken als ik lees over de politieke activist en filosoof Murray Bookchin (1921-2006). Een zeer boeiende man, zowel zijn leven als zijn ideeën, ook al mist hij nog in de standaardwerken over politieke filosofie.
    In zijn 85 jaar durende leven diende hij de linkse sociale politiek onder vele labels. Communist, socialist, eco-anarchist, anarchist, ex-anarchist, ecoloog, sociaal ecoloog, libertair municipalist, en nog wel meer. Het boeiende in de opbouw van deze termen is dat Bookchin zeer kritisch, antikapitalistisch blijft sleutelen aan een sociale en duurzame toekomst van de mensheid. Hij verwerpt oude ideeën als onjuist of ontoereikend, maar de rode draad, de antikapitalistische richting blijft behouden.

Van de termen die hij overstijgt behoudt hij vaak een paar goede elementen, en dat zijn bouwstenen van de meer volledige visie, waar hij ten slotte op uitkomt. Twee elementen worden vaak als een hoofdzaak van zijn ontwikkeling, agitatie en visie genoemd.
    Het eerste is het feit dat hij als sociaal ecoloog een verband onderzoekt en duidelijk benoemd tussen de onderdrukking van mensen en de onderwerping en uitbuiting van de natuur. Dat inzicht is misschien iets minder origineel dan men wel eens denkt, maar de consequente uitwerking ervan in een politieke visie die beide vormen van onderwerping in samenhang wil opheffen, is dat wel. Het is de kracht van een onafhankelijk denker. Het resulteert in een visie, een sociale ecologie die – misschien impliciet – bij ecologische en politieke activisten momenteel sterk aan de orde is.
    Het tweede is het maatschappijmodel waar hij uiteindelijk voor opteert. Dat wordt (het streven naar) een democratisch confederalisme genoemd. Dat moet worden gevormd op basis van een municipalisme, een gemeenschapsbeweging die volgens Bookchin reëel bestaat. Het gaat erom de structuur van de samenleving radicaal van onderop op te bouwen. Hij vindt dat het marxisme te veel nadruk legt op de tegenstellingen die ontstaan door de productieverhoudingen en daarmee de kracht van de lokale gemeenschappen teveel heeft genegeerd. Die kracht kan de basis vormen voor grotere en vérstrekkende samenwerking op een niet-bureaucratische en zeker niet dictatoriale manier.

De gemeenschap van netwerken is basaal. Bookchin schrijft in 1989: ‘Van enorm praktisch belang is het feit dat vóórstatelijke instituties, tradities en sentimenten, op gevarieerde wijze in bijna de hele wereld blijven leven. Verzet tegen onderdrukkende staten wordt gevoed door communale netwerken van dorpen, buurten en steden, getuige de worstelingen die we zagen in Zuid-Afrika, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika.’ Die sentimenten  en waarden moeten in de nieuwe maatschappijvorm geborgd worden op een antikapitalistische manier, die vervreemding en passief consumentisme uitsluit.

De doelen zijn hoog gesteld. Het gaat om veel, om heel het maatschappelijk leven. Dit verhaal is – althans voor zover ik het zie – nog onaf. De kinken in de kabel binnen de grotere, meer grootschalige samenwerking met al haar communicatie- en machtsvraagstukken, vormen nog een groot risico in dit model. De opbouw is democratisch van onderen op gedacht. Dat is goed, maar is het niet nog sterker een antibureaucratische wisselwerking tussen de verschillende niveaus voor te stellen?
    Een zeker centralisme hoeft toch niet altijd neerbuigend, onderdrukkend of bureaucratisch te zijn? Bookchin verwijst soms naar de Griekse samenleving en filosofie, waarbij hier dan toch ook gedacht kan worden aan Aristoteles, die ongetwijfeld hier meer de noodzaak tot een balans benadrukt zou hebben, in de lijn van zijn ‘Politica’. Een balans van de macht van het lokale en andere relevante schaalniveaus. Dus duidelijk inclusief de gezochte opbouw van onderop met de reële macht van de basis.
    Anders gezegd: leidt de op grond van reële ervaringen van het socialisme ontstane afkeer van centralisme niet tot een onevenwichtigheid? Is hier sprake van een ‘overdreven’ kritiek op élk centralisme? Is het confederalisme op dit punt wel voldoende uitgewerkt?

Als een individualistisch anarchisme wordt afgewezen en communale netwerken centraal worden gesteld, zoals Bookchin doet, bestaat er nog geen volledig model voor een sociaal samenleven met de macht aan de basis. En is er zeker nog geen praktijk voorhanden hoe de economie en samenleving op grotere schaal een goede en sociale vorm krijgen en behouden. Dit kan een zwakte van het idee betekenen, maar misschien is dit eerder koudwatervrees, een gebrek aan vertrouwen in de kracht en creativiteit van de lokale gemeenschap.
      Dit vraagt om meer, zowel meer theorie als om uitvoering in de praktijk. En om meer mensen die kritisch en bewust de ingezette gedachtelijn afmaken. Niet zozeer met betrekking tot het korte revolutionaire moment, het begin, maar de lange duur, de ontwikkeling van dit model in de praktijk.

Wat deze praktijk betreft is er op een bijzondere manier een begin mee gemaakt, die ook Bookchins politieke filosofie weer meer bekendheid heeft gegeven. PKK-leider Abdullah Öcalan, gevangen in de Turkse cel, heeft Bookchins werken bestudeerd en het democratisch confederalisme aanbevolen. In Rojava (West-Koerdistan) waar de bevolking van vooral Koerden het nu voor het zeggen heeft na het verdrijven van Islamitische Staat, wordt deze vorm van samenwerking en besturen praktisch toegepast.

Maar ja, de praktijk, dat deze toepassing hier en daar misschien nog niet optimaal is zegt helemaal niets over de waarde van het idee. Pionieren zonder fouten kan niet. Een veel groter risico is dat in de strijd van de grootmachten en lokale machten Rojava knel zit en verder bekneld raakt tussen de vermeende belangen van Turkije, Syrië, de Verenigde Staten, Rusland, Irak (etc.).
    Zit in die ‘wereldpolitiek’ voldoende verstand om te beseffen dat de nu ontstane situatie in Rojava veel en veel soorten nieuwe kansen biedt? Helaas is de politiek haar verstand maar al te vaak helemaal kwijt. Bookchin kan wat oude labels vér overtroffen hebben, helaas bestaan ze in de ‘oude’ internationale politiek nog volop.




Bronnen over en van Murray Bookchin o.m.:

- Roger Jacobs, Murray Bookchin en het tweede leven van de sociale ecologie, in Vlaams Marxistisch Tijdschrift, Jaargang 50, nr. 2, zomer 2016.
Op internet: http://www.imavo.be/vmt/16216-Jacobs.pdf

- Werken van Murray Bookchin op Marxists.org:
https://www.marxists.org/nederlands/bookchin/index.htm

Het citaat uit 1989 staat in Bookchins artikel Radicale politiek in een tijdperk van voortdurend kapitalisme. Te lezen op Marxists.org.




 
Murray Bookchin